Waarom netneutraliteit niet thuishoort op sociale media

Er is een hardnekkige misvatting in het digitale debat: dat sociale media dezelfde neutrale infrastructuur zouden zijn als het internet zelf. Alsof Facebook of TikTok slechts “wegen” zijn waar informatie vrij overheen stroomt, en waar wetgeving als netneutraliteit voor zou moeten gelden. Maar dat idee is achterhaald. Sociale mediaplatforms zijn geen snelwegen van data — ze zijn marktplaatsen van content, gedreven door algoritmes, reclame en invloed. En daarom horen netneutraliteitswetten hier niet thuis.

Gebruikers zijn producenten, geen passieve bezoekers

Op sociale media is de gebruiker niet de klant, maar de grondstof. Elk filmpje, elke foto, elke mening die we delen, vult de schappen van een gigantische digitale supermarkt. In ruil krijgen we toegang, zichtbaarheid, volgers — een vorm van betaling, al is het niet in euro’s.

Wie iets plaatst op Instagram of X (voorheen Twitter), werkt feitelijk gratis voor het platform. Wij maken de inhoud die hun verdienmodel mogelijk maakt. In die zin lijken gebruikers meer op zelfstandige producenten dan op consumenten. En als gebruikers betaald worden — zij het in toegang, bereik of status — dan is het platform ook de opdrachtgever. En een opdrachtgever draagt verantwoordelijkheid voor de inhoud die hij laat verspreiden.

Platforms zijn geen neutrale doorgeefluiken

Netneutraliteit is ooit bedacht om internetproviders te verbieden bepaalde websites te bevoordelen. Dat was logisch: een provider hoort geen mening te hebben over wat jij opvraagt. Maar sociale media hebben wél een mening — of in elk geval een algoritme dat er één vormt.

Wat jij te zien krijgt, wordt zorgvuldig geselecteerd op basis van winstkansen en kliks, niet op basis van gelijkheid. Dat maakt het absurd om te doen alsof deze platforms “neutraal verkeer” doorgeven. Ze zijn eerder redacties, die bepalen wat scoort en wat verdwijnt. Een provider levert toegang tot informatie; een platform vormt informatie. En dat verschil is fundamenteel.

De hypocrisie van neutraliteit

Als we netneutraliteit blind op sociale media toepassen, eisen we iets onmogelijks. We zouden zeggen: “Facebook, behandel alle content gelijk!” — maar tegelijkertijd eisen we dat ze nepnieuws, haatzaaien en desinformatie verwijderen. Die twee eisen botsen frontaal. Een neutraal platform kan niet tegelijk een verantwoord platform zijn.

Door sociale media te blijven behandelen alsof ze slechts technische tussenpersonen zijn, ontnemen we ze de kans — en de plicht — om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen ecosysteem. Het is alsof je van een krant verlangt om alle ingezonden brieven te plaatsen, ook de racistische, omdat ‘iedere stem gelijk is’.

Een nieuwe categorie

Sociale media zijn uitgegroeid tot een vierde machtsfactor: niet politiek, niet journalistiek, niet technologisch, maar een mengvorm van alle drie. Ze beïnvloeden verkiezingen, maatschappelijke discussies en persoonlijke verhoudingen. Ze verdienen miljarden aan onze aandacht. Dat zijn geen neutrale netwerken; dat zijn regisseurs van de publieke opinie.

Daarom is het tijd om ze ook zo te behandelen. Geen schuilplaats meer onder het mom van netneutraliteit, maar een eigen categorie: platforms die zowel profiteren van als verantwoordelijk zijn voor de inhoud die hun gebruikers produceren.


Tot slot

Netneutraliteit was ooit een prachtig idee — maar niet elk idee blijft even goed als de wereld verandert. Sociale media zijn geen vrije informatiesnelwegen; ze zijn commerciële podia waar wij allemaal, bewust of niet, artiesten op zijn. En een podium is nooit neutraal.

De vraag is niet langer of netneutraliteit sociale media moet beschermen, maar of sociale media ons nog beschermen tegen henzelf.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maak bij Mijndomein je gratis WordPress site